Ad Branger

Welkom Gast ( Inloggen | Registreer gratis )

Rating 5

Wat Is Depower?

Posted by Ad Branger, 02-01-2006, 16:38 in Wat is depower?

Depower

Een veel besproken onderwerp in de vliegerwereld is depower. Als er echter één onderwerp is waar veel verwarring over bestaat is het wel het begrip depower. Hierbij een uitleg.


1. Wat is depower?

Met depower wordt bedoeld dat je de invalshoek van de matras kan regelen t.o.v. de luchtstroom. We hebben het bij depoweren in principe over het wijzigen van de stand van het volledige profiel (van de LE tot aan de TE) t.o.v. de luchtstroom.

Een profiel bij een invalshoek van
respectievelijk 0, 5 en 10 graden:



1. Als de invalshoek groter wordt dan neemt de lift en de weerstand toe. De trekkracht neemt toe, maar de snelheid neemt af.
2. Als je de invalshoek kleiner maakt dan ben je aan het “depoweren”. De matras komt horizontaler te liggen. De lift en de weerstand nemen af. De trekkracht neemt nu af, maar de snelheid neemt toe.

Je kunt zodoende de kracht en de snelheid van je matras regelen. De kans dat je te maken krijgt met stallen is bij deze werkwijze wel aanwezig. Maak je de invalshoek namelijk te groot, dan volgt de luchtstroom het bovendek niet meer en raak je uiteindelijk de liftkracht kwijt. De vlieger zal uit de lucht vallen.


2. Diverse uitvoeringsvormen

Er zijn zeer veel verschijningsvormen waarmee het depowereffect bereikt kan worden. Hieronder zijn een aantal mogelijkheden beschreven.

1. De Mosquito van Windtools werd in 2000 met een derde lijn uitgevoerd, die (door het midden van de bar) aan het harnas gekoppeld werd en aan de matraszijde in het midden van de matras aan 2 primaire toompunten werd bevestigd. Duwde je de bar van je af, dan werden deze 2 toompunten naar beneden getrokken. Een tweetal knikken zorgde er zodoende voor dat de matras zijn kracht verminderde. Dit systeem is waarschijnlijk een van de eerste depowersystemen.

Depowersysteem van de Mosquito:


Depowersysteem van
de Mosquito in beeld:



2. De sled-foils of Arc-achtigen, gesloten, toomloze matrassen met ventielen in de leading edge, zijn bij uitstek geschikt om met een bar te vliegen. Ze zijn zeer geschikt om te depoweren.

3. Een gewoon matras met een standaard toming leent zich eigenlijk niet zo goed voor het depower systeem. De Frenzy en Blade bijvoorbeeld (de Blade is slechts in enkele oudere uitvoeringen uit te breiden met depower set) zijn getoomde matrassen die met een afwijkende toming werken, waardoor ze in combinatie met een bar uitstekend zijn te depoweren. Normaal heb je de primaire toomlijnen A, B en C aan de secundaire frontlijnen. De primaire D-lijnen vormen via hun eigen secundaire toomlijnen de remlijnen. Deze matrassen werken echter met een afwijkende toming. De afwijkende toming wordt vooral bewerkstelligd door de A- en B-lijnen samen te voegen en de C- en de D-lijnen samen te voegen.

Links de standaard Blade. Rechts de Blade tijdens de aanpassing naar depower:


4. Een veel gebruikte werkwijze is de uitvoering die we vooral kennen van Ozone. Deze depowerversie vinden we al jaren op bijvoorbeeld de Ozone Acces en Frenzy.

Ozone Frenzy 2007


5. Het UDS (Universal Depower System) is een systeem ontwikkeld door Paraflysurf in samenwerking met Gin. Het wordt gebruikt bij matrassen waarbij de secundaire A-, B-, C- en D-lijnen onafhankelijk van elkaar los te koppelen zijn. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van katrollen. Je fixeert de A-lijnen en de B-, C- en D-lijnen worden vast gemaakt aan een katrollensysteem. Het UDS-systeem is, net als het Pega Wingwarp systeem, bruikbaar als depowersysteem op sommige matrassen, die van oorsprong niet depowerbaar zijn. De uiteindelijke werking blijkt op matrassen, die dus van oorsprong niet als depowerbaar zijn ontworpen, nog wel eens tegen te vallen.

Universal Depower System


Een versie van het UDS systeem uitgevoerd op een U-Turn Helium


6. Het Pegas Wingwarp depowersysteem is, net als het UDS-systeem, bruikbaar als depowersysteem op sommige matrassen, die van oorsprong niet depowerbaar zijn. Uiteraard moeten deze matrassen er voor wat betreft de toming geschikt voor zijn. De uiteindelijke werking blijkt op matrassen, die dus van oorsprong niet als depowerbaar zijn ontworpen, nog wel eens tegen te vallen.

Het Pegas Wingwarp depowersysteem


7. Bij de hefboom-methode worden de A-B-C-D-lijnen vastgemaakt aan een stokje: de A-lijnen bovenaan en de D-lijnen onderaan. De B-en C-lijnen worden halverwege de stok vastgemaakt. De hoofdtoom komt dan ter hoogte van de A-lijnen, en de remlijnen ter hoogte van de remtoom.

8. Verandering van camber is nog een methode. Door bijvoorbeeld de TE in lengte te veranderen wordt de camber van het profiel gewijzigd. Zodoende wordt de kracht van de vlieger gewijzigd. Concept Air maakte met hun New Wave als eerste hier gebruik van.

9. Bij LEI kitesurf vliegers met een 5th element wordt d.m.v. de vijfde lijn de geprojecteerde oppervlakte ook bij veel power zo groot mogelijk gehouden. Bijkomend voordeel van de vijfde lijn is dat deze lijn er voor zorgt dat bij gebruik van de depowermogelijkheid de invalshoek ook in het midden van de vlieger goed gewijzigd wordt. Zonder deze vijfde lijn heeft het midden van de vlieger de neiging minder op de wijziging van de invalshoek te reageren dan de tips van de vlieger.

Het 5th element:


De uitvoering van het 5th element bij North:


Bovenstaand overzicht is niet compleet, er zijn nog veel meer uitvoeringen mogelijk. Vaak zijn dat wel afgeleiden of combinaties van bovenstaande mogelijkheden.


3. Waarom gebruik je bij depower bij voorkeur een bar?

Als we over depowerbaar spreken heb je in principe altijd een bar nodig. Het begrip depowerbaar komt dan ook voornamelijk in de kitesurf-, mountainboard- en snowboardscene voor. Met de huidige mogelijkheden van de (bar-) techniek zou je kunnen zeggen dat het verreweg de beste methode is om depower uit te voeren met een bar. Theoretisch kun je wel "depoweren" met handvaten, maar het is bepaald niet ideaal. Tot eind jaren negentig ging men nog wel kitesurfen met handvaten, maar daar moet je nu niet meer aan denken. Het is niet alleen veel minder handig in gebruik, het is ook veel minder veilig.

De belangrijkste redenen waarom we kiezen voor de bar:

1. Bij een racematras heb je de meeste trekkracht op de bovenlijnen. Het zwaartepunt in de handvaten is dan precies goed, namelijk boven in de handvaten. Op de onderlijnen staat relatief weinig druk; een kleine beweging met de pols is al genoeg om de remmen te activeren. De druk op de onderlijnen is bij een depowerbaar matras veel groter. Met de polsbeweging is het dan erg zwaar om de vlieghoek en daarmee de trekkracht te regelen. Met een bar gaat dat een stuk eenvoudiger. Via het midden van de bar zet je een belangrijk deel van de kracht van de vlieger goed over naar het lichaam. Het overige deel van de kracht heb je via de bar in twee handen. De verdeling van de kracht is dus beter.

2. Bij het kitesurfen, flyboarden e.d. worden doorgaans grotere vliegers gebruikt dan bij het rijden in een buggy. (1,5 maal zo groot is niet ongebruikelijk). Hun potentiële trekkracht is dan ook aanzienlijk. Onderstreept de behoefte aan een goede krachtverdeling.

3. Met een bar heb je een groter regelbereik van de vlieghoek dan met handvaten. Het “schuifbereik” van de bar is tenslotte tientallen centimeters.

4. Het regelbereik van de vlieghoek is ook nog instelbaar met een bar. Dat doe je met een depowerstrap. Vanuit die basis instelling kun je verder de kracht nauwkeuriger regelen.

5. D.m.v. allerlei systemen is een bepaalde ingestelde vlieghoek vast te zetten met een bar.

6. Een bar hangt prettiger dan handvaten.

Dit is lastig met handvaten:


7. Bij een bar heb je inmiddels een grote keuze aan veiligheidssystemen, die bij kitesurfen, flyboarden en dergelijke onontbeerlijk kunnen zijn.

8. Met een bar kun je eenvoudiger met één hand de matras besturen.

Vanwege punt 1 is de kracht op de onderlijnen bij een depowerbare vlieger gemiddeld groter dan de kracht op de remlijnen bij een vlieger zonder depower. Het is dan ook verstandig om voor de onderlijnen van een depowerbare vlieger een grotere breeksterkte te kiezen. Het is niet ongebruikelijk om vier lijnen met dezelfde breeksterkte te gebruiken.

Een voorbeeld van een depowerbar:


4. Het verschil tussen depower en remmen

Depower
Zoals hierboven al geschreven wordt met depower vooral bedoeld dat je de invalshoek van de matras kan regelen t.o.v. de luchtstroom. We hebben het bij depoweren in principe over het wijzigen van de stand van het volledige profiel (van de LE tot aan de TE) t.o.v. de luchtstroom.

De stand van het volledige profiel wijzigt bij de Peter Lynn Scorpion


Remmen
Bij het remmen wijzigt alleen de achterrand van de matras. De weerstand neemt hierdoor toe, waardoor de snelheid afneemt. Je remt dus af. Weinig remmen zorgt er nog voor dat de lift meer toeneemt dan de weerstand, waardoor je vlieger extra lift en power krijgt. Wordt de rem verder aangetrokken dan neemt in verhouding de weerstand meer toe dan de lift en zal de vlieger niet alleen afremmen, maar ook te weinig lift hebben, t.o.v. de toenemende weerstand, om in de lucht te blijven.

Alleen de TE wijzigt van vorm bij een niet depowerbaar matras:



5. Verschil in oppervlakte depower en "fixed bridle"

Met een depowerbare vlieger kun je de kracht (en snelheid) dus goed doseren. Je kunt hierdoor niet alleen met minder maten volstaan over een groot windbereik, maar ook is het met een grotere maat depowerbare vlieger eenvoudiger om de kracht af te laten nemen als dat nodig is. Dat is dan ook een belangrijke reden dat een depowerbare vlieger vaak groter gekozen wordt dan een gewoon matras.

Er zijn ook een aantal redenen waardoor depowerbare vliegers doorgaans groter gekozen moeten worden dan vliegers met een vaste toming. De belangrijkste zijn:

1. Door o.a. een ander profiel, een lagere geprojecteerde aspect ratio en een grotere invalshoek is de efficiëntie van een gemiddelde depowerbare vlieger meestal lager dan die van een vast getoomde (buggy-) vlieger. Hierdoor is zijn snelheid doorgaans relatief laag. Ook is de snelheid waar we bij het gebruik van een depowerbare vlieger mee te maken hebben meestal laag. Dus heb je ook te maken met een een relatief lagere schijnbare wind. Dat is voor het doel (kitesurfen, flyboarden, springen) ook helemaal niet vervelend. Bij deze activiteiten wordt er nu eenmaal met minder snelheid gewerkt dan bijvoorbeeld in de buggy. Voor de liftkracht is snelheid echter wel een belangrijke factor. Met het vergroten van de invalshoek vergroot je weliswaar de liftcoëfficiënt bij een depowerbare vlieger, maar dat is bij een lage windsnelheid vaak niet voldoende om de lagere snelheid te compenseren. Die snelheid (in het kwadraat!) telt extra zwaar mee. De factor oppervlakte vergroten kan dan uitkomst bieden.

2. Bij C-vormige depowerbare vliegers als Arc-achtigen moet je rekening houden met een groot verschil tussen hun platte en geprojecteerde oppervlakte. Dat is het verschil tussen de oppervlakte plat op de grond en het oppervlakte van de vlieger in de lucht. Een C-vormige kitesurfvlieger bijvoorbeeld kan makkelijk een 40% kleiner geprojecteerde oppervlakte hebben t.o.v. zijn platte oppervlakte. Bij een gewoon matras is dat verschil hooguit 15 tot 20%.

3. Er is een belangrijk verschil in weerstand tussen een kiteboard in het water en de buggywielen over een strak strand. Het board ondervindt veel meer weerstand. Je zal dus meer kracht nodig hebben om vooruit te komen. In zo’n situatie is een grotere depowerbare vlieger gewoon nodig om vooruit te komen.

De weerstand van een kiteboard is fors:


6. Welke maat depowerbare vlieger is geschikt voor mij?

Zoals hierboven al werd uitgelegd heeft een depowerbare vlieger per vierkante meter minder kracht dan een vergelijkbare maat met een gefixeerde toming. Heb je bij een bepaalde wind een 6 meter vlieger nodig met gefixeerde toming, dan is het niet ondenkbaar dat je een 10 meter depowerbare vlieger nodig hebt als vergelijkbaar alternatief. Onder anderen vanwege het feit dat de kracht regelbaar is, is het windbereik wel veel groter dan bij een vlieger met gefixeerde toom. Je hebt dus veel minder verschillende vliegers nodig dan bij een serie vliegers met vaste toom.

Een depowerbare vlieger is over het algemeen minder geschikt om bij weinig wind gebruikt te worden. Tot en met 3 Bft zijn de meeste depowerbare vliegers (ongeacht hun afmetingen), in het bijzonder vanuit stilstand, veelal niet goed te gebruiken. In elk geval aanmerkelijk slechter dan een vlieger met een gefixeerde toom. Een depowerbare vlieger is bij uitstek geschikt om vanaf 4 tot maximaal 6 Bft (ruwweg 10 tot 27 knopen) gevlogen te worden. Bij nog meer wind wordt het van nog groter belang dat je veel ervaring hebt en weet wat je doet.

Over het algemeen kun je dus stellen dat een depowerbare vlieger wel wat (luchtstroom-) snelheid nodig heeft om lekker te vliegen. Schijnbare wind kan daarbij zeer behulpzaam zijn. Bij schijnbare wind speelt de snelheid van de buggy, het flyboard of surfboard een grote rol. Bij het uit stilstand vliegen wordt een depowerbare vlieger daarom wel eens als traag ervaren. Dat is bij springen zeker geen nadeel, maar wil je bijvoorbeeld lekker snel achtjes draaien dan beleef je met een vlieger met gefixeerde toming waarschijnlijk meer plezier.

Meer nog dan bij vastgetoomde vliegers, waar vooral de windkracht een grote rol speelt, is de maat van de depowerbare vlieger afhankelijk van het gewicht en de ervaring van de vliegeraar. Heb je een relatief laag gewicht (50 tot 60 kg) en weinig ervaring dan kies je voor een kleine, bijvoorbeeld 6 tot 8 vierkante meter, depowerbare vlieger. Weeg je veel meer (90 tot 100 kg en meer) en ben je ervaren dan ligt een 12 tot 14 vierkante meter weer meer voor de hand. Een “gemiddeld” gewicht van 75 kilogram past zowel bij de grotere maten als bij de kleinere. Ervaring en windkracht gaan dan het verschil uitmaken.

Over het algemeen kun je zeggen dat bij een gewicht van ongeveer 75 kg en geen uitzonderlijke ervaring ook een gemiddelde maat depowerbare vlieger zal passen. Voor een Peter Lynn Arc vlieger is een mooie allround maat ongeveer 12 tot 13 vierkante meter. Voor overige depowerbare matrasvliegers (Ozone, Flysurfer, etc.) is een vlieger van ongeveer 10 vierkante meter een mooie gemiddelde maat die vaak te gebruiken zal zijn.


7. Conclusie

Depower heeft veel verschijningsvormen, maar het uiteindelijke doel is steeds hetzelfde: regelen van zowel de snelheid als de kracht van een vlieger. Doorgaans is een depowervlieger vooral bedoelt om veel lift te genereren bij een relatief lage snelheid. Ook kunnen we stellen dat niet elke 4-lijns vlieger depowerbaar wordt door hem met een bar te gaan vliegen.

Ad Branger, januari 2006

Laatste aanvulling oktober 2008



Comments

There are no comments on this entry


 
« Next Oldest · Ad Branger · Next Newest »